bestuurder Vermogensbeheer

Stichting Pensioenfonds DNB
04-04-2022    2022-00063   

Korte profielschets van Pensioenfonds DNB
Stichting Pensioenfonds van De Nederlandsche Bank NV is een ondernemingspensioenfonds en voert de pensioenovereenkomsten uit die van toepassing zijn op de (oud)werknemers van DNB.

De doelstelling van het pensioenfonds is het verstrekken van de nominale pensioenaanspraken en pensioenrechten, alsmede het streven (voorwaardelijk: voor zover de middelen van het pensioenfonds het toelaten en afhankelijk van de dekkingsgraad) naar het waardevast houden van de pensioenrechten.
Het pensioenfonds wil een zo goed mogelijke invulling geven aan de pensioenovereenkomsten die de sponsor (De Nederlandsche Bank NV) heeft afgesloten met haar (gewezen) werknemers. De uitvoering van de overeenkomst dient correct, maatschappelijk verantwoord en zo (kosten)efficiënt mogelijk te geschieden. De ambitie is een duurzaam en betrouwbaar pensioenfonds te zijn dat zijn financiële verplichtingen en ambities nu en in de toekomst waar kan maken.

De toekomst van het pensioenlandschap is vanwege de komende stelselwijziging onzeker. Zeker is echter dat het opbouwen van een goed pensioen onverminderd belangrijk blijft voor de deelnemers. Pensioenfonds DNB wil daarom klaar zijn voor de toekomst, ongeacht hoe het pensioenlandschap zich gaat ontwikkelen. Dat betekent dat het pensioenfonds een professioneel, efficiënt en wendbaar pensioenfonds wil zijn dat in staat is om snel in te spelen op veranderingen en tijdig acteert om de belangen van de deelnemers op de lange termijn te waarborgen.
Een solvabele en stabiele financiële positie en een bijdrage leveren aan een positieve maatschappelijke impact zijn essentieel voor het vertrouwen in het pensioenfonds.
Pensioenfonds DNB voert daarom een transparant, verantwoord beleggingsbeleid met aandacht voor duurzaamheid. Pensioenfonds DNB staat bovendien dicht bij de deelnemer en communiceert aansprekend en persoonlijk over risico's, rechten en koopkracht van deelnemers, gewezen deelnemers en pensioengerechtigden, en over de toekomst van het pensioenfonds.

Het beleid van het pensioenfonds wordt bepaald door het bestuur. De uitvoering van de pensioenregeling en de communicatie heeft het bestuur uitbesteed aan TKP Pensioen BV en het vermogensbeheer heeft het bestuur uitbesteed aan BlackRock Netherlands BV (tevens fiduciair manager), Robeco Institutional Asset Management B.V. en Cardano Risk Management BV. Caceis treedt op als bewaarnemer/custodian. Daarnaast maakt het bestuur gebruik van de werkzaamheden van verschillende adviseurs ter ondersteuning van de sleutelfunctiehouders, een actuarieel adviseur, een accountant en een compliance officer.
Per 1 januari 2023 zullen het pensioenbeheer en de communicatie overgaan naar AZL N.V..

Taken en profiel bestuur
Het bestuur beheert het fonds en vertegenwoordigt het fonds in en buiten rechte. Hiertoe stelt het bestuur het financiële, toeslagen- en beleggingsbeleid vast en communiceert met de belanghebbenden. Het bestuur legt verantwoording af aan alle stakeholders, onder andere middels het jaarverslag en aan het verantwoordingsorgaan. Voorts wordt het bestuur gecontroleerd door het interne toezichtsorgaan, zijnde een Raad van Toezicht. Het bestuur voert de pensioenregelingen uit. Het bestuur is daarbij in control, wat betekent dat het bestuur inzicht heeft in het feitelijke reilen en zeilen van het fonds, de risico's die erbij horen kent en bijstuurt waar en wanneer dat nodig is. Het bestuur is verantwoordelijk voor alles wat door of namens het pensioenfonds wordt gedaan.

Belangrijke uitgangspunten zijn een evenwichtige afweging van de belangen van alle bij het fonds betrokken belanghebbenden, het organiseren van medezeggenschap, het afleggen van verantwoording over het gevoerde beleid en transparantie daarover door middel van heldere communicatie en het organiseren van intern toezicht.
Het bestuur vormt zich een mening over de uitvoerbaarheid, financierbaarheid en communiceerbaarheid van de pensioenregeling die het uit dient te voeren.

Het pensioenfonds heeft een paritair bestuursmodel. Het bestuur bestaat uit 6 bestuursleden. De bestuursleden werken onafhankelijk van de voordragende partijen en zijn collectief verantwoordelijk.
Bestuursleden hebben zitting voor een tijdvak van drie jaren en komen maximaal tweemaal voor herbenoeming in aanmerking.
Het bestuur wordt ondersteund door een bestuursbureau.

Vacature Bestuurslid – deskundigheidsgebied Vermogensbeheer

In het pensioenfonds is de vacature ontstaan van Bestuurslid met het aandachtsgebied Vermogensbeheer. 

In dit profiel beschrijven we waar een bestuurslid aan moet voldoen: een aantal basiseisen, algemene geschiktheidseisen en competenties. Daarnaast zijn er specifieke eisen waaraan het bestuurslid in voldoende mate moet voldoen.

De bestuurder:

  • is een ‘geschikte bestuurder’ in de zin van de Pensioenwet en geeft actief invulling aan de principes van goed pensioenfondsbestuur, d.w.z. hij of zij is een zorgvuldig en evenwichtig bestuurder, legt verantwoording af, staat open voor intern toezicht, is open in dialoog en communicatief;
  • richt zich bij de vervulling van de bestuurstaak naar de belangen van de betrokken deelnemers, gewezen deelnemers, andere aanspraakgerechtigden, pensioengerechtigden en werkgever en zorgt ervoor dat deze groepen zich door hem of haar op evenwichtige wijze vertegenwoordigd (kunnen) voelen;
  • leeft de compliance regels van het pensioenfonds en de gedragscode na. In de gedragscode zijn onder meer regels omtrent toegestane nevenfuncties opgenomen;
  • heeft een onbesproken gedrag;
  • is zich bewust van de bijzondere positie van werkgever (tevens toezichthouder, centrale bank en resolutieautoriteit);
  • heeft een antenne voor de verhouding van het pensioenfonds en zijn sponsor; hetzelfde geldt voor de verhouding van het pensioenfonds en de toezichthouders;
  • voldoet minimaal aan geschiktheidsniveau A en is bereid zich op meerdere deskundigheidsgebieden te ontwikkelen tot minimaal niveau B;
  • is resultaatgericht en stelt hoge eisen aan de uitvoering van de activiteiten en processen van het fonds. Acties en beslissingen zijn gericht op het daadwerkelijk realiseren en verbeteren van beoogde resultaten;
  • is kritisch en besluitvaardig en durft zaken aan de orde te stellen. Hij of zij heeft daarbij voldoende communicatieve vaardigheden en overtuigingskracht om zijn of haar medebestuursleden de problematiek uit te leggen en mogelijke oplossingsrichtingen aan te geven;
  • houdt zijn/haar deskundigheid op peil en is bereid hiertoe cursussen of opleidingen te volgen, themabijeenkomsten te bezoeken en vakliteratuur bij te houden;
  • is bereid zijn/haar functioneren als bestuurslid te laten toetsen;
  • handelt conform wet- en regelgeving, statuten, reglementen en maatschappelijke normen en betracht zorgvuldigheid in het functioneren als bestuurslid en de omgang met anderen en in de omgang met verstrekte informatie;
  • volgt actuele ontwikkelingen op pensioenterrein en kan deze vertalen in consequenties voor het pensioenfonds;
  • is in staat strategisch te denken, dat wil zeggen een breder of dieper inzicht te verschaffen in problemen of situaties door ze in een meer omvattend begrippenkader te plaatsen en van daaruit te handelen. De grote lijnen en voornaamste implicaties van gebeurtenissen zijn en blijven in beeld en er wordt verder gekeken en gedacht dan de dagelijkse focus;
  • is in staat om vergaderingen bij te wonen en levert een constructieve inbreng tijdens vergaderingen;
  • wil en kan zich voldoende inzetten voor het pensioenfonds, voelt zich betrokken bij de gang van zaken en zet zich in voor het bereiken van de doelstellingen van het pensioenfonds (personal ownership).

Deskundigheid
De voor het besturen van een pensioenfonds relevante deskundigheidsgebieden zijn de volgende:

  • Het besturen van een pensioenfondsorganisatie
  • Relevante wet- en regelgeving
  • Pensioenregelingen en pensioensoorten
  • Financieel technische en actuariële aspecten
  • Vermogensbeheer
  • Administratieve organisatie en interne controle
  • Communicatie
  • Uitbesteding

Daarnaast dient het bestuurslid bij te dragen aan evenwichtige en consistente besluitvorming en dient hij of zij voldoende tijd beschikbaar te hebben voor het bestuurswerk.

Een uitwerking van de deskundigheidsgebieden is opgenomen in de bijlage bij dit document.

Geschiktheidseisen
In de Pensioenwet, het Besluit uitvoering Pensioenwet, beleidsregels van de toezichthouders en de Handreiking Geschikt Pensioenfondsbestuur van de Pensioenfederatie zijn eisen gesteld aan de deskundigheid waaraan het bestuur van een pensioenfonds moet voldoen.

Ieder bestuurslid beschikt over geschiktheidsniveau A. Daarnaast beschikken op ieder deskundigheidsgebied minimaal 2 bestuursleden over geschiktheidsniveau B of hoger, waarbij het mogelijk is voor (nieuwe) bestuursleden zich ‘on the job’ (verder) te bekwamen op specifieke taakgebieden. Een uitwerking van de definities van de niveaus A, B, B-plus en E is verderop opgenomen in de bijlage.

Competenties
Bestuursleden beschikken (in meerdere of mindere mate) over de volgende competenties:

  • Authenticiteit
  • Op de toehoorder afgestemde wijze van communiceren
  • Loyaliteit
  • Multidisciplinair denken en oordeelsvorming
  • Omgevingsbewustzijn
  • Onafhankelijkheid
  • Strategisch denken en sturen
  • Besluitvaardig
  • Onderhandelingsvaardigheid
  • Verantwoordelijk
  • Samenwerken
  • Stressbestendig

Een uitwerking van de competenties is opgenomen in de bijlage bij dit document.

Aanvullende eisen / specialisatie aandachtsgebied vermogensbeheer
Voor deze vacature zijn we op zoek naar een expert op het gebied Vermogensbeheer. 
Naast de basis-, algemene deskundigheids- en competentie-eisen, gelden er voor deze vacature de volgende aanvullende eisen.

De bestuurder:

  1. beschikt over economische deskundigheid en vaardigheden, waaronder kennis van en inzicht in:
    1. financieel economische principes
    2. macro economische verschijnselen
    3. werking van financiële markten
    4. de partijen op de vermogensmarkten
    5. beleggingsproducten
    6. financiële instrumenten
    7. risicobeheersing systemen
    8. en kan zich over deze onderwerpen een mening vormen en een oordeel geven. 
    9. Hij of zij beschikt in ieder geval over minimaal geschiktheidsniveau B op bovenstaande gebieden;
  2. beschikt over pensioenkennis en heeft met name inzicht in de onderlinge samenhang van de bezittingen en verplichtingen van het pensioenfonds en de (samenhang tussen de) sturingsmiddelen financieel beleid, beleggingsbeleid en toeslagenbeleid;
  3. kent de risico's die een pensioenfonds loopt en kan mogelijke mitigerende maatregelen overzien en beoordelen. Met name het solvabiliteitsrisico en beleggingsrisico's, waaronder markt-, rente-, valuta-, prijs(koers)-, krediet- en liquiditeitsrisico's, zijn bekend terrein;
  4. beschikt over kennis van het Financieel Toetsingskader, relevante wet- en regelgeving en op het gebied van ALM-studies;
  5. is in staat de externe vermogensbeheerder(s) adequaat aan te sturen en te monitoren of de beheerders binnen hun mandaten blijven. Hij of zij is in staat de resultaten van de beleggingen te interpreteren en overziet de consequenties hiervan voor het pensioenfonds. Hij of zij heeft voldoende 'countervailing power' jegens de vermogensbeheerder(s) en adviseurs.

Professioneel gedrag
Naast deskundigheid en competenties is professioneel gedrag onmisbaar voor een geschikt bestuur/bestuurder. Professioneel gedrag blijkt onder andere uit:

  • De bestuurder beschikt aantoonbaar over voldoende tijd;
  • De bestuurder kent de fondskarakteristieken;
  • De bestuurder is zich bewust van de werking van board room dynamics;
  • De bestuurder wordt gekenmerkt door integer gedrag.

Aan kandidaat-leden van het bestuur zal gevraagd worden om een Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG) te overleggen. Dit is een verklaring waaruit blijkt dat het gedrag in het verleden geen bezwaar vormt voor het vervullen van een specifieke taak of functie. Een bestuurslid die voorgedragen is voor herbenoeming, dient eveneens een VOG te overleggen. Daarmee wordt gewaarborgd dat hierop periodiek getoetst wordt.

Diversiteit
Het bestuur streeft naar diversiteit in de samenstelling van het bestuur conform de Code Pensioenfondsen. Deelname van personen met een uiteenlopende achtergrond en verschillende vaardigheden zorgt voor een meervoudig perspectief in het bestuur en draagt zo bij aan de kwaliteit van het pensioenfondsbestuur. Bovendien wordt door middel van diversiteit in het bestuur recht gedaan aan de representativiteit en herkenbaarheid van de belanghebbenden.

Beloning
Beloning vindt plaats conform het door het pensioenfonds vastgestelde beloningsbeleid

De procedure
Pensioenfonds DNB laat zich in deze wervingsprocedure begeleiden door Ingrid Reichmann en Josephine van der Vossen, partners bij Partners at Work. Zij zullen de eerste gesprekken voeren met in potentie geschikte kandidaten.
Vervolgens worden de best passende kandidaten bij Pensioenfonds DNB geïntroduceerd. Op basis hiervan worden kandidaten uitgenodigd voor het vervolg. Er zullen 2 of 3 selectiegesprekken zijn met de selectiecommissie en kennismakingsgesprekken met andere stakeholders. Onderdeel van het selectietraject is het inwinnen van referenties en het raadplegen van openbare bronnen.

Indien u zich kandidaat wilt stellen voor deze vacature upload dan uw CV en motivatie via onderstaande link.
Voor nadere informatie over deze vacature kunt u contact opnemen via 035-5480760 met Ingrid Reichmann of Josephine van der vossen. 

Bijlagen
Definitie A- en B-deskundigheidsgebieden en de gewenste beheersing daarvan (*)

A – BASIS
kennis, inzicht en oordeelsvorming

  • Kent op hoofdlijnen de opbouw van het pensioencomplex
  • kent op hoofdlijnen het functioneren van het pensioencomplex
  • Kent de hoofdstructuur van de deskundigheidsgebieden in hun onderlinge samenhang
  • kent het primaire begrippenkader van alle deskundigheidsgebieden
  • Kan in eigen woorden het pensioencomplex op hoofdlijnen uitleggen
  • Kan onafhankelijk optreden in de besluitvorming door het bestuur, waarbij evenwichtige belangenafweging een belangrijke rol speelt
  • Kan actief deelnemen aan de gedachtewisseling en oordeelsvorming die nodig is om een goed besluit te nemen
  • Kan vroegtijdig op basis van afwijkingen van beleidsafspraken signaleren dat er (mogelijk) iets aan de hand is en dit benoemen

B – VERDIEPING
kennis, inzicht en oordeelsvorming

  • heeft de kennis van niveau A verdiept (op één of meer deskundigheidsgebieden)
  • heeft goed inzicht in het functioneren van het pensioencomplex
  • is bekend is met het complete begrippenkader van de desbetreffende deskundigheidsgebieden
  • is bekend met actuele ontwikkelingen op de deskundigheidsgebieden
  • doorziet het pensioencomplex in de onderlinge samenhang van de deskundigheidsgebieden op bestuurlijk niveau
  • treedt onafhankelijk op en heeft een actieve inhoudelijke bijdrage aan de besluitvorming, waarbij evenwichtige belangenafweging een belangrijke rol speelt
  • begrijpt de uitleg van externe specialisten en is voor hen een actieve gesprekspartner
  • spreekt externe specialisten aan op resultaten, afwijkingen en bijstellingen

B-plus – (VAK)BEKWAAM
kennis, inzicht, oordeelsvorming en toepassing

  • kent de ‘ins en outs’ vanuit een bestuurlijk kader van (één of meer) deskundigheidsgebieden
  • onderhoudt een netwerk van inhoudsdeskundigen en praktijkgenoten
  • volgt actief de ontwikkelingen op betreffend deskundigheidsgebied
  • signaleert veranderingen en trends. Vertaalt deze naar de impact op het pensioenfonds
  • vervult een voortrekkers- / coachingsrol op betreffend deskundigheidsgebied binnen het bestuur.
  • Deelt actief kennis en inzichten ten behoeve van het bestuur en beleid
  • kan een beleidsvisie definiëren op een specifiek gebied, in samenhang met andere gebieden en in lijn met de strategie van het pensioenfonds
  • borgt onafhankelijk optreden van het bestuur en stimuleert een actieve bijdragen van alle leden aan de besluitvorming, waarbij evenwichtige belangenafweging een belangrijke rol speelt
  • kan de boodschap doorgronden en voldoende tegenmacht ontwikkelen ten opzichte van (externe) specialisten en stakeholders
  • kan een krachtig team bouwen en de benodigde zakelijkheid aan de dag leggen

Ter informatie:
Niveau E is het expertniveau. De beleidsbepaler kent de ‘ins en outs’ van één of meer deskundigheidsgebieden op professioneel en bestuurlijk niveau en beschikt over expertise gelijkwaardig aan die van een extern adviseur op hetzelfde deskundigheidsgebied. Denk bijvoorbeeld aan een vermogensbeheerder, riskmanager of jurist.

Niveau E

  • Gezaghebbende kennis en concrete langjarige werkervaring in het betreffende vakgebied
  • Houdt ontwikkelingen bij en draagt via zijn of haar netwerk actief bij aan de verdere ontwikkeling van betreffend vakgebied
  • Levert middels strategische sturing een significante bijdrage aan de regierol van het bestuur en de countervailing power van het bestuur
  • Borgt onafhankelijk optreden van het bestuur en stimuleert een actieve bijdrage van alle leden aan de besluitvorming, waarbij evenwichtige belangenafweging een belangrijke rol speelt
  • Voldoet aan de gestelde eisen betreffende het functieprofiel voor expertbestuurders van het fonds

(*) Bron: Handreiking geschikt pensioenfondsbestuur van de Pensioenfederatie
 
Beschrijving deskundigheidsgebieden1
Het besturen van een pensioenfondsorganisatie
Hieronder wordt onder meer verstaan: doel van het fonds, verhouding van het fonds tot werkgevers, deelnemers, pensioengerechtigden, uitvoeringsorganisaties en adviseurs, governance (besturen, toezicht, verantwoording), bestuurlijke cycli van het fonds, taken, bevoegdheden en verantwoordelijkheden van het bestuur, zijn/haar eigen verantwoordelijkheid, gedragscode, werkwijze van het bestuur.

Relevante wet- en regelgeving
Hieronder wordt onder meer verstaan: de Pensioenwet en de hieruit voortvloeiende implicaties voor het fonds, andere wet- en regelgeving die van belang is voor een pensioenfonds, de hoofdlijnen van het pensioenreglement van het fonds, het pensioengebouw en de verschillen tussen de pensioenpijlers.

Pensioenregelingen en pensioensoorten
Hieronder wordt onder meer verstaan: de verschillende vormen waarin het pensioen als arbeidsvoorwaarde kan worden uitgevoerd, de in Nederland meest voorkomende pensioenregelingen (DB, DC, CDC) en de verschillen tussen deze regelingen, de verschillen in eindloon en vormen van middelloon, diverse toeslagenregelingen en de verschillen daartussen, de diverse pensioensoorten en in welke vormen zij in Nederland meestal voorkomen.

Financieel technische en actuariële aspecten, waaronder financiering, beleggingen, actuariële principes en herverzekering
Hieronder wordt onder meer verstaan: de financieringswijze van de pensioenovereenkomst en de daarbij relevante aspecten (Financieel Toetsingskader), de grondslagen welke van belang zijn bij de vaststelling van pensioenverplichtingen, gangbare begrippen voor de aanduiding van de vermogenspositie, budgettering, jaarverslaglegging en jaarrekening, de verschillende stappen in het beleggingsproces en de betekenis daarvan (ALM, strategische/tactische asset allocatie, beleggingsplan, operationeel beheer, performance meting en evaluatie), de meest gangbare beleggingscategorieën bij pensioenfondsen en de verschillen in termen van rendement en risico, de meest gebruikte begrippen in vermogensbeheer en de betekenis daarvan.

Administratieve organisatie en interne controle
Hieronder wordt onder meer verstaan: beheersing van risico’s onder meer door adequate inrichting van de administratieve organisatie en interne controle.

Communicatie
Hieronder wordt onder meer verstaan: de wettelijke verplichtingen die aan communicatie met (gewezen) deelnemers, pensioengerechtigden en toezichthouders worden gesteld, hoe de communicatie door het fonds is opgezet en op welke wijze gecommuniceerd moet worden teneinde de verwachtingen van de deelnemers ten aanzien van hun pensioen goed te managen.

Uitbesteding
Hieronder wordt onder meer verstaan: de uitbestedingsregels van DNB, welke elementen bij uitbesteding van belang zijn, op welke wijze over uitvoering wordt gerapporteerd en hoe controle en toezicht hierop wordt gehouden.

1 Een uitgebreide beschrijving van de deskundigheidsgebieden is opgenomen in bijlage 9 bij de Handreiking geschikt pensioenfondsbestuur van de Pensioenfederatie. 

Beschrijving competenties 2
Authenticiteit
Is waarachtig in doen en zijn. What you see is what you get, geen dubbele agenda’s.

Communicatief vermogen
Meningen, ideeën en gecompliceerde zaken in begrijpelijke taal duidelijk kunnen maken in woord en geschrift, gebruik makend van ter zake doende middelen. Kan luisteren vanuit empathie. Belangrijke boodschappen oppikken uit communicatie, aandacht en ruimte geven aan gesprekspartners. Ingaan op reacties, ook non-verbaal. Relevante vragen stellen en doorvragen.

Loyaliteit
Een grote morele betrokkenheid hebben bij de organisatie, de doelstellingen en de belanghebbenden.

Multidisciplinair denken en oordeelsvorming
Dwarsverbanden en de samenhang zien en communiceren tussen de verschillende domeinen/deskundigheidsgebieden. Kan mogelijke handelswijzen in het licht van relevante criteria tegen elkaar afwegen en logische conclusies trekken en tot realistische beoordelingen komen.

Omgevingsbewustzijn
Weten en begrijpen hoe een pensioenfonds en diens omgeving werkt (denk aan: VO, RvT, sociale partners, toezichthouders, uitvoerders, adviseurs, etc.) en hoe daarbinnen te manoeuvreren teneinde de gestelde doelen te bereiken.

Onafhankelijkheid
Staan voor de eigen opvattingen en principes en bereid zijn anderen met meer macht en invloed hiermee te confronteren. Verantwoordelijkheid nemen en dragen voor eigen doen en laten.

Strategisch denken en sturen
Breder of dieper inzicht verschaffen in problemen of situaties door ze in een meer omvattend begrippenkader te plaatsen en van daaruit te handelen. De grote lijnen en voornaamste implicaties van gebeurtenissen in beeld hebben en houden. Verder kijken en denken dan de dagelijkse focus. Heeft visie op toekomstige ontwikkelingen en de betekenis daarvan voor de langetermijndoelen van het fonds.

Besluitvaardigheid
Weloverwogen beslissingen nemen door het ondernemen van acties of zich vastleggen door het uitspreken van meningen, zelfs als belangrijke informatie ontbreekt of onvolledig is.

Onderhandelingsvaardigheid
In staat om tot acceptabele akkoorden te komen en een goede balans te bereiken in het spel van ‘geven en nemen’. Weet een win- winsituatie te creëren.

Verantwoordelijk
Heeft inzicht in externe en interne belangen, weegt zorgvuldig af en legt verantwoording af. Toont lerend vermogen en is zich bewust van de verantwoordelijkheid die de functie met zich meebrengt. Erop toezien dat zaken volgens afspraak en/of overeenkomstig bepaalde (afgesproken) normen tijdig worden uitgevoerd teneinde de doelstelling van het fonds te realiseren. Niet twijfelen in te grijpen als de omstandigheden daar om vragen.

2 Een uitgebreide beschrijving van de competenties is opgenomen in bijlage 3 bij de
Handreiking geschikt pensioenfondsbestuur van de Pensioenfederatie.
 
Samenwerken
Samen met anderen de activiteiten richten op een gemeenschappelijk doel. Het gezamenlijke resultaat op de eerste plaats stellen en zich daarvoor naar beste kunnen inzetten. Een goede onderlinge sfeer bevorderen.

Stressbestendig
Kunnen verwerken van spanningen binnen het bestuur. Effectief blijven presteren onder tijdsdruk en bij onvoldoende middelen, tegenslag, teleurstelling of tegenspel.

Solliciteer